Petronella Oortmans poppenhuis

Ik deel graag de biografische beschrijving van Petronella Oortman (1656-1716), afkomstig van Huygens ING.
Petronella Oortman was mijn voorouder, mijn 8th great grandmother.

 

OORTMAN, Petronella (geb. Amsterdam 1656  begr. Amsterdam 27-11-1716), eigenares van een pronkpoppenhuis. Dochter van Hendrik Oortman (gest. 1680), geweermaker, en Aeltje Jans Steur. Petronella Oortman trouwde (1) in 1675 in Amsterdam met Carel Witte (gest. 1685), zijdelakenwinkelier; (2) op 28-3-1686 in Amsterdam met Johannes Brandt (1654-1731), zijdelakenhandelaar. Uit huwelijk (1) werd 1 dochter geboren die jong overleed, uit (2) werden 1 dochter en 3 zoons geboren.

Petronella Oortman groeide op in een bemiddeld gezin met zeven kinderen aan het Singel in Amsterdam. In 1675, negentien jaar oud, trouwde ze met de zijdewinkelier Carel Witte, afkomstig uit Hamburg en verhuisde ze naar de Herengracht, tegenover de Bergstraat. Het paar kreeg in 1683 een dochtertje, dat in 1684 overleed. Een jaar later stierf ook Carel Witte, en zeven maanden later ging Petronella Oortman in ondertrouw met Johannes Brandt, evenals haar eerste man werkzaam in de zijdelakenhandel. Ze verhuisde nu naar diens woning annex winkel en werkplaats aan de Warmoesstraat. Met Johannes Brandt kreeg Petronella Oortman vier kinderen: Hendrina (1691), Jan (1694), Jacob (1696) en Olivier (1697). De kinderen werden  thuis  luthers gedoopt. Johannes Brandt vervulde een functie in het kerkbestuur van de Evangelisch-Lutherse gemeente, en zoon Jan zou dat later ook doen.

Speciaal voor Petronella Oortman werd tussen 1686 en 1690 een poppenhuis vervaardigd van kostbare materialen: de kast is belegd met schildpad en tin en bevat vele kunstwerken. De poppen uit het poppenhuis zijn nu op een na verdwenen, maar ze zijn nog te zien op een schilderij dat Jacob Appel (1680-1751) er tussen 1700 en 1710 van maakte. De zaal (het meest representatieve vertrek, bestemd voor ontvangsten) is beschilderd door Nicolaas Piemont (1644-1709) met een op de wanden doorlopend landschap, en het plafond is beschilderd met wolken en vogels. Op het schilderij van Appel zitten twee poppen in de zaal tric-trac te spelen. Twee andere bijzondere kamers zijn de kraamkamer met een wieg en een speciale stoel voor de kraamvrouw, en de rouwkamer waar een gestorven kindje heeft gelegen, zoals te zien is op het schilderij van Appel.

In november 1716 stierf Petronella Oortman, zestig jaar oud, en op de 27ste werd zij vanuit het huis in de Warmoesstraat begraven. Na haar dood kwam het poppenhuis in handen van dochter Hendrina. Het was ook Hendrina die het woord deed toen de Duitse reiziger Zacharias Conrad von Uffenbach in 1718 het poppenhuis wilde bezichtigen. Hij schrijft in zijn verslag: Hr. Brand empfing uns sehr hofflich undt seine Jungfer dochter [] zeigte uns mit sonderbarer emsigheit das Cabinet. [] Es ist sonsten überhaupt beij diesem cabinet zu observiren dasz alles nach dem leben gantz naturell gemacht, undt zwar auch so beij dem Puppen, dasz man alle ihre Kleider und Schmuck an undt aus ziehen konte’ (bezoek op 19-7-1718). Von Uffenbach was er trots op dat hij het poppenhuis had mogen zien. Volgens hem had prinses Maria Louise van Hessen Kassel pas bij haar derde verzoek tot bezichtiging toestemming gekregen.

Het poppenhuis van Petronella Oortman was zeer bekend. Het verhaal ging dat tsaar Peter de Grote het had willen kopen maar het niet kon betalen. Volgens Hendrina had haar moeder er zon dertigduizend gulden aan uitgegeven. In een inventaris van haar broer Jan uit 1743 werd het poppenhuis echter op slechts zevenhonderd gulden geschat. Ter vergelijking: het poppenhuis van Petronella de la Court werd in 1744 voor twaalfhonderd gulden verkocht. In een gedrukte catalogus van na 1758 zijn het kabinet en zijn inhoud uitgebreid beschreven (Van Eeghen, 137). In 1821 is het poppenhuis van Petronella Oortman door de overheid aangekocht. Zo kwam het in het Rijksmuseum terecht. 
http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Oortman